Gedichten


De reis Naar Mary Oliver (Dream Work)

Op een dag wist je eindelijk
wat je moest doen, en je begon,
hoewel de stemmen om jeheen
hun slechte advies
bleven roepen–
hoewel het hele huis
begon te trillen
en je het bekende trekken voelde
aan je voeten.
‘Red mijn leven!’
riep elke stem.
Maar je stopte niet.
Je wist wat me je moest doen,
hoewel de wind rondspookte
met stijve vingers
bij de diepste funderingen,
hoewel hun melancholie
vreselijk was.

Het was al laat genoeg,
en de nacht was wild,
en de weg vol gevallen
takken en stenen.
Maar stukje bij beetje,
terwijl je de stemmen achterliet,
begonnen de sterren te stralen,
door de lagen van wolken,
en er klonk een nieuwe stem
die je langzaam
herkende als van jezelf,
die je gezelschap hield
terwijl je verder en verder
de wereld in stapte,
vastbesloten om het enige te doen
dat je kon doen–
vastbesloten om het enige leven te redden
dat je kon redden.

Terug naar boven

Onze gedachten Jon Kabat-Zinn

Onze gedachten zijn als golven
Als ze er zijn, lijkt het of ze de werkelijkheid zijn; helemaal en voor altijd.
Het volgende moment zijn ze weg en vergeten we ze.
We zijn alweer bezig met de volgende golf.

Terug naar boven

Je eigen idee volgen Auteur onbekend

Hier volgt een voorbeeld van een verhaal van Hodja, een Turkse godsdienstonderwijzer en lesgever in de Koran.

Op een dag gingen Hodja en zijn zoon op reis. Hodja gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel.

Zo gingen zij op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden: “Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.” Toen de jongen dit hoorde stond hem het schaamrood op de kaken. Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden. Zo liepen ze voort, Hodja op de ezel en de jongen te voet.

Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden: “Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.” Na dit verwijt draaide de Hodja zich naar zijn zoon en zei: “Kom, dan zullen we samen op de ezel rijden.”

Zo vervolgden ze hun weg, tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: “Kijk, dat arme beest! Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!”
Daarop zei Hodja tot zijn zoon: “Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.”

Zo liepen ze verder achter hun ezel, tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde: “Zie wat voor dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten.” Hodja draaide zich om naar zijn zoon en zei: “Je hebt het gezien, mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op en aanmerkingen zullen altijd je deel zijn. Leer daarom je eigen idee te volgen.”

Terug naar boven

Aap en Panda over wilde apengedachten Sonja Gijzen en Inez van Goor

Kijk, daar loopt Aap. Hij komt net terug van school en is de rest van de dag lekker vrij. Maar Aap voelt zich helemaal niet blij. Hij denkt aan de toets die hij moet leren. Apenkunde… pfff… het aller-, allermoeilijkste vak.

Aap sjokt naar huis. Dan ziet hij zijn vriend Panda die tevreden op de grond aan een bamboestengel knabbelt. Wat zie jij er toch altijd gelukkig uit, zegt aap. Klopt, dat ben ik ook, glimlacht Panda. Vertel eens Panda, wat is jouw geheim? Wat doe jij om altijd zo gelukkig te zijn? O, gewoon: ik eet, speel, werk, lees, slaap.

Aap krabt op zijn hoofd. Ik snap het niet… dat doe ik ook! En toch voel ik me niet zo gelukkig als jij. Hmmmm… maar zeg eens aap, waar denk jij aan als je die dingen doet? Als ik zit te smullen van een stuk bananentaart denk ik aan de draak die ik wil verslaan. En als ik met de draak aan het vechten ben, denk ik pfff, wat moet ik nog veel huiswerk maken! Zit ik mijn huiswerk te maken, dan fantaseer ik dat ik lekker wild wil slingeren door het oerwoud. Eenmaal slingerend door het oerwoud denk ik, kon ik maar vast mijn piratenboek gaan lezen. Maar nog voor het piratenboek uit is, denk ik alweer aan slapen. En lig ik eindelijk in mijn bed, dan kan ik nog maar aan een ding denken… het grote stuk bananentaart dat ik voor het ontbijt ga eten!

Aha! Zegt Panda. Jouw wilde apengedachten springen dus altijd naar iets anders toe dan waar je mee bezig bent? Eh… ja… eigenlijk wel, mompelt Aap. Maar is dat niet wat alle gedachten doen? Vaak wel knikt Panda, maar het kan ook anders. Maar… hoe dan? Vraagt Aap.

Luistergoed, zegt Panda, dan zal ik het je uitleggen. Als ik op een zoet bamboestengeltje knabbel, denk ik aan hoe berelekker dat smaakt. En als ik op mijn panfluit speel denk ik, wauw wat klinkt dat mooi! Zit ik op school, dan luister ik heel goed naar wat de meester uitlegt. En in het speelkwartier denk ik: woepie, wat is buitenspelen fijn! Wanneer ik voor het slapengaan een boek lees, geniet ik van het wondermooie verhaal. En als ik eenmaal ga slapen, denk ik nog maar een ding: mmm wat ligt mijn bedje wolkenzacht!

Dit is het geheim, glimlacht Panda. Je kan pas echt gelukkig zijn als je gedachten helemaal zijn bij wat je aan het doen bent. Merk je dat je wilde apengedachten toch ergens anders heen springen? Breng ze dan rustig terug naar wat je doet. Dit geheim heeft ook een naam, het heet mindfulness.

Terug naar boven

Zachtheid Huub Oosterhuis

Wek mijn zachtheid weer
Geef mij terug de ogen van een kind
Dat ik zie wat is
En mij toevertrouw
En het licht niet haat

Terug naar boven

De knop Galway Kinnell

De knop
staat voor alle dingen
zelfs voor dingen die niet bloeien,
want alles bloeit, innerlijk, door in zichzelf gelukkig te zijn;
ofschoon het soms ook nodig is
opnieuw te zeggen dat het lieflijk is
een hand te leggen op de rand
van de bloem
en in woorden en met een licht gebaar te vertellen
hoe mooi zij is
tot zij innerlijk weer bloeit door zichzelf te zegenen.

Terug naar boven

Gebruik je paraplu Auteur onbekend

Een jonge vrouw die in India studeerde, nam zich voor om door te
mediteren liefdevolle vriendelijkheid en ‘goodwill’ te ontwikkelen.
Als ze in haar kamertje zat, vulde ze haar hart met ‘loving
kindness’ voor alle levende wezens. Maar elke dag als ze naar de
markt ging om eten te kopen, werd haar ‘loving kindness’ erg op
de proef gesteld door een marktkoopman die haar dagelijks
onderwierp aan ongewenste strelingen.

Op een dag kon ze er niet meer tegen en joeg de koopman door
de straat met een opgeheven paraplu. Maar tot haar schrik stond
haar leraar net in die straat zodat hij het hele spektakel kon
gadeslaan. Beschaamd ging ze voor hem staan en verwachtte dat
ze zou worden terechtgewezen voor haar woede.

‘Wat jij zou moeten doen’ adviseerde haar leraar haar vriendelijk
‘is je hart vullen met ‘loving kindness’ en sla dan met zoveel
mindfulness als je maar kan opbrengen, deze lastige vent op het
hoofd met je paraplu’.

En soms is het dat wat we moeten doen. Het is makkelijk om deze
vent op het hoofd te slaan met een paraplu. Het moeilijke is om
het te doen met al de ‘loving kindness’ in ons hart. Dat is onze
echte oefening.

Terug naar boven

Angst Ontleend aan: ‘Radicale aanvaarding’ van Tara Brach.

‘Uit onze mentale verhalen stappen en rechtstreeks contact
maken met de sensaties van angst – het kloppende, drukkende,
brandende, trillende, bevende, kriebelende leven in uw lichaam – is
de sleutel tot het ontwaken uit de beklemming van angst. Het
verhaal kan de poort worden die toegang biedt tot rauwe angst –
als we wakker blijven en er niet in verzanden.

Terwijl de geest verhalen blijft construeren over de dingen waar
we bang voor zijn, blijven we gewoon met onze aandacht bij de
gedachten. We nemen ze voor wat ze zijn en we laten ons steeds
weer onder de gedachten zakken tot we contact hebben met de
gevoelens in ons lichaam.’

Terug naar boven

De metafoor van de hongerige tijger Steven Hayes (Uit: Uit uw hoofd in het leven)

Stel je voor dat je op een ochtend wakker wordt en op de stoep voor je deur een schattig, miauwend tijgerjong aantreft. Uiteraard neem je het mee naar binnen als jouw nieuwe huisdier. Je speelt er een tijdje mee, maar merkt dat hij nog steeds aan een stuk door miauwt. Je bedenkt dat hij honger zal hebben. Je voert hem wat bloederig gemalen vlees; je weet dat tijgers dit lekker vinden.

Dat doe je elke dag en elke dag wordt je troeteltijgertje een stukje groter. In 2 jaar verandert het dagelijks menu van je tijger van hamburgerrestjes, via eerste kwaliteit kotelet, in hele brokken rundvlees.

Al gauw miauwt jouw troeteldier niet meer als het honger heeft, maar grauwt het gemeen naar als het denkt dat het etenstijd is. Je schattig tijgertje is veranderd in een onbeheersbaar wild beest dat jou aan stukken zal scheuren als het niet krijgt wat het wil.

Je worsteling met pijn kun je vergelijken met het denkbeeldig troeteltijgertje. Elke keer dat jij jouw pijn groter maakt door hem het rode vlees van de vermijding te voeren, helpt jij jouw pijn-tijger groter en sterker te worden.

Terug naar boven

Van Binnen naar Buiten Rumi (1207-1273)

Er zijn twee soorten intelligentie:
een wordt verworven, zoals een kind op school
feiten en begrippen uit zijn hoofd leert,
door boeken en door wat de leraar zegt,
informatie verzameld uit de traditionele
en de nieuwe wetenschappen.

Zo’n intelligentie helpt u vooruit in de wereld
Door uw vermogen om informatie te bevatten
Komt u onder of boven anderen te staan.
Met deze intelligentie drentelt u door de velden
van kennis, erin en eruit,
en zo krijgt u steeds meer aantekeningen op uw conduitestaat.

Er is een andere staat, een die reeds
compleet is en die onaangetast is in jou.
Een bron die zijn bassin overstroomt.
Een frisheid in het midden van de borst.
Deze intelligentie vergeelt niet
en stagneert niet. Zij is vloeibaar
en beweegt niet van buiten naar binnen
door het loden buizenstelsel van doorgrondend leren.

Dit tweede kennen
is een fontein
van in jou
naar buiten.

Terug naar boven