Acceptatie


Een rijk en wijs man die Boeddha opzocht Auteur onbekend

Een rijk en wijs man had gehoord dat Boeddha een wijs man was van wie hij zelfs nog veel kon leren. Ondanks zijn rijkdom en wijsheid had de man veel verdriet en pijn in zijn leven gekend. Zijn enige kind had hij verloren, zijn vrouw had hem verlaten en hij was een aantal keer failliet gegaan. De man hoopte dat Boeddha hem voorgoed van zijn problemen kon verlossen.

Boeddha luisterde geduldig naar alle problemen, pijn en verdriet van de man, tot hij was uitgepraat. De man wachtte op de bevrijdende woorden van Boeddha.

“Ik kan u niet helpen”, zei Boeddha.
“Ik betaal u in goudstukken”, antwoordde de man.
“Dat heeft geen zin”, zei Boeddha. “Iedereen heeft problemen in zijn leven. Anders gezegd: we hebben allemaal 83 problemen in het leven, waar we niets aan kunnen doen en die we te accepteren hebben. Als u uw best doet, kunt u misschien een of twee problemen oplossen, maar zodra er een is verdwenen komt er weer een ander probleem voor in de plaats. Dat is de wet van het leven. Niemand kan daar iets aan doen, dus ik ook niet.”

De man stampvoette en riep: “Wat heb ik aan uw leer. Ik dacht dat u zo’n groot leraar was!”
Boeddha antwoordde: “Misschien is mijn leer goed voor het oplossen van uw 84ste probleem.”
“Wat is mijn 84ste probleem?” vroeg de man met een verbaasde blik op zijn gezicht.
“Uw grootste probleem is dat u geen problemen wilt hebben.”

De man begreep de boodschap, dankte Boeddha en accepteerde zijn situatie, waardoor hij het geluk terugvond.

Terug naar boven

Acceptatie Haemin Sunim

Als ik het geheel van het leven van de meeste mensen
in een paar woorden moest samenvatten
zou ik zeggen: een eindeloos verzet tegen dat wat is.
Als we ons verzetten, zijn we constant in beweging,
omdat we proberen ons aan te passen.
En toch blijven we nog ongelukkig over dat wat is.

Als ik het geheel van het leven van een verlichte persoon
in een paar woorden moest samenvatten,
zou ik zeggen: complete acceptatie van dat wat is.
Als we accepteren wat is, is onze geest ontspannen en kalm
terwijl de wereld om ons heen heel snel verandert.

Terug naar boven

Dit zijn mijn gevoelens Toon Tellegen

Dit zijn mijn gevoelens,
ik heb ze zelf bedacht,
ze zijn gulzig,
ze zijn lawaaiig en onrustig
maar ze zijn niet oprecht –

ik koester ze,
maar ze kronkelen en wrikken,
ze zijn vluchtig en glibberig,
hoe maak ik ze oprecht –

ze trappen en bijten,
ze worden groot en krijgen nagels,
ze sollen met me,
slingeren me heen en weer,
ze zijn hevig, smartelijk en overweldigend,
maar niet oprecht –

ik kijk in een spiegel,
ik zie er zeer gevoelig uit,
maar niet oprecht –

ten einde raad laat ik ze gaan,
ze schieten weg,
ze glinsteren en gonzen –
nooit waren gevoelens zo mooi
en zo oprecht –

ik loop over straat, ik sta voor mijn raam,
ik ben de beminnelijke zelve.

Terug naar boven

Het verhaal van de steenhouwer

Er was eens een man die stenen hakte uit een rots. Hij vond zijn werk veel te zwaar en droomde dat hij rijk was, en plotseling was hij rijk.

Op een dag stond hij langs de weg toen er een koning voorbij kwam in een prachtige koets. Was ik maar koning dacht hij ontevreden, dat zou nog mooier zijn, en plotseling was hij koning.

Met veel ruiters en paarden reed hij in een gouden koets door zijn rijk. Maar de koning begon te klagen over de hete zon, die in zijn gezicht schroeide. Ontevreden als hij was zuchtte hij en dacht, was ik maar de zon. En zie onmiddellijk was hij de zon en strooide hij zijn gouden stralen over de aarde.

Totdat er een wolk kwam die zijn stralen tegenhield. Ik wou dat ik zo machtig was als die wolk, dacht hij ontevreden. En zo werd hij een wolk en kon hij de stralen van de zon tegenhouden. De wolk viel in grote druppels naar de aarde en het water stroomde woest over het land, alleen een rots bleek machtiger dan het water.

Toen werd hij kwaad omdat de rots nog sterker was en wilde hij liever een rots zijn, en ook dit gebeurde.

Er kwam een man met een scherpe beitel en grote hamer. Hij hakte in de rots om er stenen van te maken. En de rots dacht, was ik maar weer die steenhouwer. Dat gebeurde en vanaf dat moment deed de man elke dag zijn zware werk en was tevreden.

Terug naar boven

Een verhaal over een koning die drie zonen had

Er is een verhaal over een koning die drie zonen had. De eerste was knap en heel geliefd. Toen hij 21 was, liet zijn vader een paleis in de stad voor hem bouwen. De tweede zoon was intelligent en ook heel geliefd. Toen hij 21 werd, liet zijn vader ook voor hem een paleis in de stad bouwen. De derde zoon, knap noch intelligent, was nors en niet bepaald geliefd. Toen hij 21 was, zeiden de raadslieden van de koning: “Er is geen plaats meer in de stad. Laat buiten de stad een paleis voor uw zoon bouwen. U kunt er een bastion van laten maken en een paar van uw wachten sturen om te verhinderen dat het wordt aangevallen door de schurken die zich buiten de stadsmuren ophouden.”
En dus liet de koning zo’n paleis bouwen en stuurde een paar van zijn soldaten om het te beschermen.

Een jaar later zond de zoon een boodschap naar zijn vader: “Ik kan hier niet wonen. De schurken zijn te sterk.” Dus zeiden de raadslieden: “Laat nog een paleis bouwen, groter en sterker, en een kilometer of dertig van de stad en de schurken. Als hij meer soldaten heeft, zal hij aanvallen van de langstrekkende nomadenstammen gemakkelijk kunnen weerstaan.” En dus liet de koning zo’n paleis bouwen en stuurde honderd van zijn soldaten om het te beschermen.

Een jaar later kwam er weer bericht van de zoon: “Ik kan hier niet wonen. De stammen zijn te sterk.” Dus zeiden de raadslieden: “Laat dan een kasteel bouwen, een groot kasteel, honderdvijftig kilometer van hier. Het moet groot genoeg zijn om vijfhonderd soldaten te kunnen herbergen en sterk genoeg om aanvallen van de naburige volken te weerstaan.” En dus liet de koning een kasteel bouwen en stuurde vijfhonderd van zijn soldaten om het te beschermen.

Maar een jaar later zond de zoon weer een bericht naar de koning, “Vader, de aanvallen van de naburige volken zijn te sterk en als ze een derde keer aanvallen, vrees ik voor mijn leven en dat van uw soldaten,” Hierop zei de koning tegen zijn raadslieden: “Laat hem maar thuiskomen, dan kan hij bij mij in het paleis wonen. Want het is beter dat ik van mijn zoon leer houden dan dat ik alle energie en reserves van mijn koninkrijk aanwend om hem op afstand te houden.”

Terug naar boven

Het gebed van gemoedsrust -Boëthius

God geef me de rust
om te accepteren wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan
en de wijsheid om het verschil te zien.

Terug naar boven

Op een dag -Toon Tellegen

Op een dag, maar misschien ook nooit,
met niemand om mij heen
en in de verte misschien de zee of een zee van klaprozen
schapen,
zal ik een stem horen,
een zachte stem,
die ‘ja’ zegt

en tien seconden later,
knarsend, kakend:
‘Wat heb ik nu weer gezegd…’

Terug naar boven

De Herberg -Mawlana Jalal ad-Din Moehammad Roemi

Ik ben als een herberg.
Elke dag nieuwe gasten.

Iets leuks, een dip, een slechte bui,
en even een helder moment
als onverwachte bezoekers.

Ik verwelkom ze en bied ze allen een gastvrij onthaal!
Zelfs als het een hoop zorgen zijn
die bij mij de boel overhoop halen.

Toch behandel ik elke gast met respect.
Misschien komt hij bij me opruimen
om plaats te maken voor iets nieuws.

Een sombere gedachte, schaamte en boosheid,
ik begroet hen lachend bij de deur
en vraag ze binnen te komen.

Ik ben dankbaar voor wie er komt,
want ieder wordt gestuurd
als een gids uit het onbekende.

Terug naar boven